Geloven in de Rivierenbuurt / Spuikwartier van Den Haag

Categorie: Havenlicht (Pagina 1 van 5)

De kracht van een klein gebaar

In een stille flat aan de rand van de stad zat meneer Van Dijk, een weduwnaar van in de zeventig. Hij voelde al dagen dat er iets op zijn hart drukte, maar hij hield het voor zichzelf. Zwijgen leek eenvoudiger dan iemand bellen of zijn zorgen uitspreken. Toch merkte hij dat het zwijgen hem alleen maar eenzamer maakte. Op een avond dacht hij aan Esther, die ondanks haar angst naar de koning ging omdat zwijgen geen optie meer was. En aan die woorden uit Hebreeën, dat je vrijmoedig mag naderen tot de troon van genade. Durf en leef, fluisterde hij in zichzelf.

Hij pakte de telefoon en belde zijn dochter. Zijn stem was zacht, maar eerlijk. Ze luisterde, kwam langs, en samen dronken ze thee. Voor het eerst in lange tijd voelde hij zich lichter. Soms begint leven precies daar waar je durft te spreken, juist wanneer zwijgen niet langer kan.

Vaste grond onder de voeten

Sanne sloot de deur van haar zesde bezichtiging deze maand. Een zolderkamer met schimmel in de hoeken en een huurprijs die haar bankrekening deed huilen. “We laten het weten,” had de makelaar gezegd, met een glimlach die niets beloofde.

Op weg naar huis, in een overvolle tram, scrollde ze gedachteloos door haar telefoon. Een bericht van een vriendin: “Petrus wandelde op het water, weet je nog? Niet omdat hij kon, maar omdat hij keek naar Jezus.” Sanne las het en slaakte een zucht. Ze was moe van zoeken, moe van hopen.

Die avond zat ze op haar matras op de vloer, haar koffers nog ingepakt. Geen woning, geen zekerheid. Maar ze bad om hulp. Niet om een huis, maar om vertrouwen. En terwijl de regen tegen het raam tikte, voelde ze iets weer iets van stevigheid onder haar voeten. Geen vloer van beton, maar een bodem van geloof.

Rond oud en nieuw

Het was een stille herfstochtend. De bladeren dwarrelden neer langs de straat, en Els, al iets ouder, alleenstaand keek uit het raam van haar appartement. De dagen werden korter, de avonden langer. Soms voelde ze de stilte zwaar op haar drukken.

Ze dacht terug aan het afgelopen jaar. Momenten van vreugde, maar ook van gemis. ‘Waar vul ik eigenlijk mijn gedachten mee?’ vroeg ze zichzelf.

Die middag besloot ze een wandeling te maken. In het park zag ze kinderen die lachten terwijl ze door de bladeren sprongen. Ze hoorde het zachte ritselen van de bomen en rook de geur van natte aarde. Het raakte haar. Er was zoveel schoonheid, zelfs in de vergankelijkheid van de herfst.

Els ging op een bankje zitten en fluisterde: ‘Heer, ik wil leren mijn gedachten te vullen met wat lofwaardig is. Help me om niet stil te blijven staan bij wat ik mis, maar te leven met wat U geeft.’ En daar, in de eenvoud van dat moment, ervoer ze vrede. Niet omdat haar omstandigheden veranderden, maar omdat ze durfde haar blik te verleggen. Ze wist: God is met mij, ook hier, ook nu en morgen. Wat een bevrijding. Wat fijn!

Gezien worden

Iris was 47 en woonde al een paar jaar alleen. Niet omdat ze dat zo had gepland, maar omdat het leven soms andere bochten neemt dan je had verwacht.

Op een donderdagavond zat ze op de bank met een kop thee. Ze voelde een steek van iets dat ze niet graag benoemde: eenzaamheid, misschien. Of het gevoel dat ze niet meer echt ergens bij hoorde.

Die avond kreeg ze een bericht van een vrouw uit de kerk:
‘Morgenavond is er een kleine groep vrouwen die samenkomt. Je bent welkom. Geen verplichtingen, gewoon samen zijn.’

De volgende avond stond ze voor de deur van het huis waar de groep samenkwam. In haar hand hield ze een klein, eenvoudig ingepakt presentje: een doosje chocolaatjes.

“Wat fijn dat je er bent,” zei de vrouw die open deed, met een warme glimlach.

Binnen zaten vrouwen van allerlei leeftijden. Sommigen getrouwd, sommigen gescheiden, sommigen alleenstaand. Toen iemand vroeg hoe het met haar ging, vertelde Iris eerlijk dat ze het soms moeilijk vond om alleen te zijn. Dat ze zich vaak onzichtbaar voelde.

Er viel geen stilte van ongemak. Niemand keek weg.

In plaats daarvan knikte iemand zacht en zei:
‘Dat herken ik. Je bent niet alleen.’

Op de terugweg naar huis voelde ze zich lichter. Ze was gezien, ze was welkom. Dat voelt goed.

Irritaties

In een rustige buitenwijk woonde mevrouw Van Dalen, een oudere vrouw die bekendstond om haar scherpe woorden. Op een ochtend had ze haar buurvrouw onterecht beschuldigd van iets kleins. Het was uit irritatie gebeurd, maar zodra de deur achter haar dichtviel, voelde ze de steek van spijt.

Met haar kopje thee tussen haar handen fluisterde ze: ‘Heer… ik had dit anders moeten doen.’

In dat stille moment merkte ze iets op dat haar steeds weer verraste. Een zachte rust, alsof er Iemand naast haar stond die niet wegkeek van haar fout, maar juist voor haar opkwam. Alsof Hij fluisterde: ‘Ik zie je, zelfs nu. En dit is niet wie je hoeft te zijn.’

Ze wist dat Jezus haar niet alleen laat beseffen met wat misging, maar haar ook verdedigt, draagt en vergeeft. En juist daardoor mocht zij een ander mens worden, zachter, moediger, eerlijker.

Die middag liep ze naar de deur van haar buurvrouw.

‘Het spijt me,’ zei ze eenvoudig. ‘Ik had dat niet mogen zeggen.’

De buurvrouw glimlachte warm. ‘Dank u. Het is goed.’

« Oudere berichten

© 2026 Buurtkerk Havenlicht

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑