Het was een stille herfstochtend. De bladeren dwarrelden neer langs de straat, en Els, al iets ouder, alleenstaand keek uit het raam van haar appartement. De dagen werden korter, de avonden langer. Soms voelde ze de stilte zwaar op haar drukken.
Ze dacht terug aan het afgelopen jaar. Momenten van vreugde, maar ook van gemis. ‘Waar vul ik eigenlijk mijn gedachten mee?’ vroeg ze zichzelf.
Die middag besloot ze een wandeling te maken. In het park zag ze kinderen die lachten terwijl ze door de bladeren sprongen. Ze hoorde het zachte ritselen van de bomen en rook de geur van natte aarde. Het raakte haar. Er was zoveel schoonheid, zelfs in de vergankelijkheid van de herfst.
Els ging op een bankje zitten en fluisterde: ‘Heer, ik wil leren mijn gedachten te vullen met wat lofwaardig is. Help me om niet stil te blijven staan bij wat ik mis, maar te leven met wat U geeft.’ En daar, in de eenvoud van dat moment, ervoer ze vrede. Niet omdat haar omstandigheden veranderden, maar omdat ze durfde haar blik te verleggen. Ze wist: God is met mij, ook hier, ook nu en morgen. Wat een bevrijding. Wat fijn!
