In een rustige buitenwijk woonde mevrouw Van Dalen, een oudere vrouw die bekendstond om haar scherpe woorden. Op een ochtend had ze haar buurvrouw onterecht beschuldigd van iets kleins. Het was uit irritatie gebeurd, maar zodra de deur achter haar dichtviel, voelde ze de steek van spijt.
Met haar kopje thee tussen haar handen fluisterde ze: ‘Heer… ik had dit anders moeten doen.’
In dat stille moment merkte ze iets op dat haar steeds weer verraste. Een zachte rust, alsof er Iemand naast haar stond die niet wegkeek van haar fout, maar juist voor haar opkwam. Alsof Hij fluisterde: ‘Ik zie je, zelfs nu. En dit is niet wie je hoeft te zijn.’
Ze wist dat Jezus haar niet alleen laat beseffen met wat misging, maar haar ook verdedigt, draagt en vergeeft. En juist daardoor mocht zij een ander mens worden, zachter, moediger, eerlijker.
Die middag liep ze naar de deur van haar buurvrouw.
‘Het spijt me,’ zei ze eenvoudig. ‘Ik had dat niet mogen zeggen.’
De buurvrouw glimlachte warm. ‘Dank u. Het is goed.’
