In een stille flat aan de rand van de stad zat meneer Van Dijk, een weduwnaar van in de zeventig. Hij voelde al dagen dat er iets op zijn hart drukte, maar hij hield het voor zichzelf. Zwijgen leek eenvoudiger dan iemand bellen of zijn zorgen uitspreken. Toch merkte hij dat het zwijgen hem alleen maar eenzamer maakte. Op een avond dacht hij aan Esther, die ondanks haar angst naar de koning ging omdat zwijgen geen optie meer was. En aan die woorden uit Hebreeën, dat je vrijmoedig mag naderen tot de troon van genade. Durf en leef, fluisterde hij in zichzelf.

Hij pakte de telefoon en belde zijn dochter. Zijn stem was zacht, maar eerlijk. Ze luisterde, kwam langs, en samen dronken ze thee. Voor het eerst in lange tijd voelde hij zich lichter. Soms begint leven precies daar waar je durft te spreken, juist wanneer zwijgen niet langer kan.